Medici moeten kiezen voor ‘bewegen als medicijn’

7 september 2017

De medische beroepsgroep moet veel actiever aan de slag met gezondheid, preventie en leefstijladvisering. Daarvoor pleit Willem van Mechelen bij zijn afscheid als onderzoeksdirecteur bij VUmc. “We kunnen eindeloos praten, onderling en tegen patiënten, over de noodzaak van preventie maar dat zet geen zoden aan de dijk. We moeten direct aan de slag met het centraal stellen van preventie in de medische basis- en vervolgopleidingen. Voorkomen is altijd beter dan genezen en veel goedkoper.”

Van Mechelen pleit voor het starten van leefstijlpoli’s ter ondersteuning van de huidige zorgverlening. “Ik ga mij de komende jaren inzetten voor de praktische ontwikkeling van Exercise is Medicine. Het is inmiddels bekend dat een dagelijkse portie lichaamsbeweging bij een aantal aandoeningen ten minste even effectief is als behandeling met medicijnen.” Hij pleit ook voor flankerende overheidsbemoeienis bij het bevorderen van een gezonde leefstijl, bijvoorbeeld door regelgeving bij de inrichting van openbare ruimte en door belastingmaatregelen gericht op het stimuleren van gezond gedrag en het ontmoedigen van ongezond gedrag.

Brugklassers jaren gevolgd
De wetenschappelijke carrière van Willem van Mechelen laat een niet aflatende aandacht zien voor arbeid , gezondheid, sport en bewegen. Hij was bijvoorbeeld betrokken bij het Amsterdams Groei- en GezondheidsOnderzoek. Voor dit onderzoek, gestart in 1975, werden leerlingen een groot aantal Amsterdamse brugklassen jaren gevolgd. Het leverde een schat aan gegevens op over jongeren. Van Mechelen was ook voortrekker van het sportblessure-preventieonderzoek dat forse externe financiële steun kreeg van o.a. het Ministerie van VWS. En hij was actief op het thema Arbeid en Gezondheid. Hier gaat het o.a. om onderzoek naar de effectiviteit van terugkeer-naar-werk-programma’s en ook om de effectiviteit van leefstijlprogramma’s op de werkplek.

Geen ziekenhuisbedden
Van Mechelen is een groot voorstander van academische werkplaatsen die belangrijk zijn voor de verbinding tussen een universitair medisch centrum (UMC) en de praktijk van alle dag. ‘Zijn’ afdeling heeft tegenwoordig academische werkplaatsen op velerlei terreinen, waaronder de bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde, de jeugdgezondheidszorg, de patiëntveiligheid en de palliatieve zorg. Van Mechelen: ”Naar mijn mening zijn academische werkplaatsen voor de UMC’s minstens even belangrijk als het leveren van topklinische en topreferente zorg. Bovendien zijn zij bij VUmc wetenschappelijk zeer succesvol gebleken. Daar heb je geen ziekenhuisbedden voor nodig.”

Ouderdomsdiabetes
Recente cijfers geven aan dat er naar schatting ca. 1,1 miljoen Nederlanders met ouderdomsdiabetes zijn en dat in 2030 dit aantal met 30% zal zijn toegenomen. De kosten voor de medische behandeling hiervan worden geschat op meer dan 1,7 miljard euro per jaar. Van Mechelen: ”Ouderdomsdiabetes is zeker beïnvloedbaar door een gezonde leefstijl. Ook hier geldt als therapie ‘Exercise is Medicine’.
Van Mechelen blijft na zijn afscheid actief als onderzoeker op deze onderwerpen.

Bron: VUmc

©2015 Amsterdam Institute of Sport Science (AISS)
;